Schoolradio

Een schoolreis brengt niet alleen de stads- en dorpsjeugd dichter bij elkaar, maar op zo’n reis zijn ook goede manie ren en goede omgangsvormen te leren. In 1963, het jaar waarin deze NCRV schoolradio uitzending tot stand kwam, was een schoolreisje een welkome onderbreking van het schoolleven. Uit het beschaafd gezongen lied zou men kunnen opmaken dat dit reisje naar Vlieland het onderwerp van deze uitzending is. Maar anders dan men zou verwachten worden de beelden gebruikt voor een les hoe het hoort’. Zo had de heer F. Kiela uit Elsenerbroek, die volgens de keurige omroeper stem de filmstrook samenstelde, het bedacht. Volgens het boekje voor de leerkracht moet hoe-het-hoort in ruimste betekenis genomen worden. Naast etiquette komt ook hygiëne aan bod. Op de titeldia DE SCHOOLREIS van Jan en Hennie komt het vakantiehuis op Vlieland in zicht, Jan, medeverteller naast de meester, verzucht dat de rust op Vlieland (de bagage komt met paard en wagen) in scherp contrast staat tot het drukke verkeer in Markelo (?) of Delft. Het spel van de kinderen voor het huis lokt hem wel.

DIA

1. Op deze dia komt de etiquete ruim aan bod, Hennie (achter het raam) laat op het laatste ogenblik de juffrouw voorgaan, want zo-hoort het joh toon is gezet, want die kreet zal de hele week weerklinken zegt Jan. De ‘vader en moeder, aardige mensen, heten hen welkom. De ‘vader’ wil niks zeggen over hoe-het-hoort. Ze begrijpen natuurlijk allemaal wel, dat ze anderen helemaal geen overlast mogen aandoen en de boel net zo schoon moet blijven als op dit moment. Verder mogen ze alles.

NCRV Doniahuis 03

2. Het tafeldekken is volgens de radiostem echt iets voor meisjes, zoals Janneke bijvoorbeeld. De plaats van het bestek wordt door de meester uitgelegd. “Grappig, je weet nu hoe-het hoort bij tafeldekken.”

NCRV Doniahuis 04

3. Met mes en vork brood eten (mes in je rechter, vork in je linkerhand) is moeilijker dan met je handen. Je moet leren dat het-zo-hoort op bepaalde plaatsen. Niet één soort beleg eten, maar gevarieerd, zodat iedereen dezelfde keus heeft.

NCRV Doniahuis 06

4. Afwassen met een vrolijk liedje is het een gezellig werkje. Hulpvaardigheid, het-hoort-zo. Corvee, dat moet gauw van de baan. Zo’n afwas is heel gauw gedaan. Wij werken even flink hard door en zingen saám in koor:Wij wassen af, ja af, ja af. Dat is voor ons toch echt geen straf. Het is wel fijn, wel fijn, wel fijn, corvee te zijn.

NCRV Doniahuis 05

 

5. ’s Avonds moet de vlag worden binnengehaald. Niet de grond raken met de vlag. Je staat er netjes bij, geen pet op, liefst in de houding.

NCRV Doniahuis 07

6. Tanden poetsen, tandvlees mee borstelen. In ’t begin bloedt zijn tandvlees; toch neemt Jan zich voor dit te blijven doen. Bacteriën maken immers gaatjes. Spartaanse methoden worden niet geschuwd. Je borst en je voeten wassen met koud water. Heerlijk! Als je de lakens niet vuil maakt is dat een vorm van beleefdheid.

NCRV Doniahuis 08

7. Brave kinderen maken even pret, maar blijven niet aan de gang. Je ondergoed doe je `s nachts uit. Het-hoort-zo, want het moet luchten. Verder ramen open en je bent nooit verkouden. De meester zegt: “Vlug slapen gaan en niet meer op de bedden staan. Dat kan hij nu wel zeggen hoor, wij zingen dan in koor: Wij zijn in bed, in bed, in bed. Wij slapen niet, wij maken pret. Het is zo fijn, zo fijn, zo fijn, in bed te zijn.

NCRV Doniahuis 10

8. Meester keert elke dag veertig cent uit van het ingenomen zakgeld. Allemaal evenveel. ‘Veel geld uitgeven is geen kunst.’ Niet te lang in het dorp blijven, een half uur. Eerst kijken, dan rekenen, dan kopen. En. gedraag je netjes. Zo hoort het joh.

NCRV Doniahuis 09

9. Even vakantie. Geluid van de zee, van vogels. Op het strand vind je van alles. Schelpen voor een schelpendoosje. Ook een kist met ‘vergift’. Dus politie erbij, zo hoort het.

NCRV Doniahuis 11

10. Het beklimmen van de strandtrap lijkt vanzelfsprekend in een strandvakantie, maar is dat allerminst. Jan vraagt zich boven af of hij wist hoe-het-hoort? De meester stelt hem gerust, trap op; dan gaan mannen voorop. Hennie deed het fout, want die liep achter de meisjes.

NCRV Doniahuis 12

11. De speurtocht in de duinen wordt elk jaar georganiseerd door de dominee. Er zijn controleposten, wantje kunt punten verdienen. Onderdeel van de tocht is een pick-nick aan het strand. Het brood nam je mee in plastic zakjes, die bewaar je wel. Maar papieren zakken en sinaasappelschillen gooi je ook niet weg. Dat-hoort-niet-joh.

NCRV Doniahuis 14.

12. Als iedereen alle bloemen, zoals zonnedauw, een vleesetende plant, plukt, blijft er voor een ander niets over. Dat-hoort-niet. Dus niet meenemen, drogen en inplakken, maar tekenen of fotograferen.

NCRV Doniahuis 13

13. Jan is de fotograaf en Hennie zijn assistent. Gemaakte foto’s moet je thuis inplakken, anders is het zonde van het geld.

NCRV Doniahuis 15.

14. Naar huis, de `OOST-VLIELAND’ ligt klaar voor vertrek De boot ligt in de haven klaar. Dag Vlieland, tot het volgend jaar. Het was hier heel erg prettig hoor, dus zingen wij in koor:Wij gaan naar huis, naar huis, naar huis, Wij varen terug, straks zijn wij thuis. Het was zo fijn, zo fijn, zo fijn op reis te zijn.

NCRV Doniahuis 16

Schoolradio, gecombineerd met diafilmstrook (klankbeeld)

De NCRV schoolradio heeft in de jaren vijftig en zestig een groot aantal zogeheten filmstroken uitgebracht. Deze filmstroken bevatten zwartwit dia’s en waren bedoeld als lesmateriaal voor de lagere school. De onderwerpen waren zeer divers en liepen uiteen van aardrijkskunde, economie, geschiedenis tot natuur. De filmstroken van de NCRV werden gebruikt bij uitzendingen van de schoolradio. Tijdens de uitzending ging aan iedere foto een belletje vooraf, zodat de onderwijzer wist dat hij het volgende beeld moest tonen. De vertoning van de filmstrook ging met een filmstrokenprojector, eigenlijk een soort diaprojector. Zelf herinner ik me, dat we in de jaren 50 van tijd tot tijd met de klas naar het bestuurskamertje gingen en daar, op de grond zittend, met elkaar in het donker genoten van een diaklankbeeld van de NCRV. IK hoor nog het belletje op de radio rinkelen als teken, dat de meester de volgende dia voor kon draaien.