De streken van de Vlielander sleepbootkapitein

IN MEMORIAM

Piet Ottosen (1955-2015).

‘Piet was een boef’’ zegt Sophia Ottosen over haar broer, bekend als de Vlielander sleepbootkapitein. Geldconflicten met leveranciers en gedoe over alimentatie hadden zijn moraal geknakt, toen hij begin juli zelf een einde aan zijn leven maakte.

Piet Ottosen werd zestig jaar geleden geboren in Harlingen. Een schande, vond hij zelf. Want Piet, laat dat duidelijk zijn, was Vlielander.

Zijn moeder beviel dan wel op de vaste wal maar Piet, Sophia en hun broer Emil groeiden op op Vlieland.

Op het eiland werd de kiem gelegd voor Piets twee grootste passies: varen en scheuren. Zijn vader voer op zee en met zijn opa, die verderop in de straat woonde, ging hij regelmatig op pad met de brommer.

Zat hij niet op de brommer, en ook niet op de boot, dan haalde hij kattekwaad uit. Sophia: ,,Zette hij samen met zijn broer de fiets van de dorpsagent op de boot naar Harlingen.’’ De agent loofde dan beloning van vijf gulden uit voor de gouden tip over zijn spoorloze fiets. Waarop Piet en zijn broer met uitgestreken koppies vertelden dat twee andere kwajongens de fietsen op de boot hadden gezet. En de beloning incasseerden. Kattekwaad van wisselende onschuld: Piet bleef er zijn leven lang van houden.

Op zijn zestiende ging hij met zijn vader mee, op diens met erts gevulde mammoetcontainer de wereld over. ,,Een daad van verzet richting onze moeder omdat onze ouders waren gescheiden’’, zegt Sophia. ,,Piet was daar boos over.’’

Terug op vaste grond na een paar jaar op zee, werkte hij in restaurants op de vaste wal. Daarna begon hij een soort veerdienst van Scandinavië naar Nederland. Toen zijn ex-vrouw erachter kwam dat zijn vergunningen niet op orde waren, stuurde ze de politie op hem af. Piet wist de agenten zover te krijgen dat hij nog even thuis wat spullen op mocht halen, waarna hij spoorslags op zijn motor naar Denemarken vluchtte. Daar bleef hij tot het vergrijp verjaarde. ,,Ook een soort kattenkwaad. Piet haalde streken uit met iedereen’’, benadrukt Sophia nog maar eens. Van gezag was hij niet onder de indruk.

In Denemarken begon hij een restaurant, waarmee hij de Denen aan de frikadellen en kroketten kreeg. Het avontuur bleek eindig, net als een weinig bevredigende poging vrachtwagenchauffeur te worden. En toen gloorde daar ineens zijn roeping, toen hij halverwege de jaren tachtig de sleepboot Spollum kocht, die hij de Vlieland doopte.

Piet wekte ontzag als sleepbootkapitein.

Hij stond oog in oog met orkanen, piraten en haaien. Om de orkaan voer hij heen, de piraten schoot hij van zijn boot en van de haaien zwom hij weg. Thuis vertelde hij er droogjes over. ,,Als hij al bang was geweest, liet hij het niet blijken’’, zegt zijn nichtje Elisa. ,,Wij dachten altijd: hij verdrinkt of hij verongelukt.’’

Piet was een sociaal dier, en de lange maanden op zee waren soms eenzaam. Dat merkten familie en vrienden als hij een paar uur na thuiskomst meteen een feest gaf.

,,‘Je moet nu komen’, zei hij dan’’, zegt Elisa. Van uitrusten wilde hij niet weten en in wie niet kwam, was hij teleurgesteld.

,,Hij was altijd op zoek naar vriendschap, maar vond die niet altijd in de vorm die hij nodig had’’, schreef vriend Gijs van Hesteren in een eerbetoon op een motorsportsite.

Piet gaf graag uitbundige feesten, met biefstukken als deurmatten en enorme vaten koud bier.

,,Daar werd ook wel misbruik van gemaakt’’, weet Elisa. Ze trof hem wel eens terneergeslagen, in zijn eentje. ,,‘Waar zijn mijn vrienden nou?’, vroeg hij dan.’’

Zijn andere grote liefde was de motorsport. Als jongeman was hij profracer in de Grand Prix-klasse.

In die periode kreeg hij een motorongeluk in Denemarken waarbij het stuur zijn buik van zijn borst tot zijn navel openreet. In het ziekenhuis was het kantje boord, maar familie belde hij niet. Die zou zich anders toch maar ongerust maken.

Bovendien stond er een huwelijk op stapel in de familie en dat wilde hij niet in de weg zitten. Toch bleef hij altijd motorrijden: hij verzamelde oldtimers en organiseerde races in Harlingen.

Dat hij zelfs met de dood in de ogen zijn familie niet inschakelde, tekent de markante sleepbootkapitein, zegt Sophia. Net als dat hij, worstelend met financiële problemen, niet om hulp vroeg. ,,Hij wilde altijd iedereen helpen, maar zelf nooit geholpen worden. Dat maakte hem klein en kwetsbaar. Hij wilde de koning spelen.’’

Tekst: Tim Fierant
LC 21 augustus 2015